Kennis over de klanken en de koppeling tussen de gehoorde klanken en de te schrijven letters (de klank-tekenkoppeling) is belangrijk om zonder fouten te kunnen spellen. Ik onderzoek daarom eerst hoe stevig de klank-tekenkoppeling is bij kinderen. Om een goed beeld te krijgen van welke woordsoorten al dan niet goed gaan, vraag ik kinderen om een spellingtoets te maken (Het PI-dictee). Op basis hiervan bepaal ik mijn aanpak. Vooral bij spelling is het enorm belangrijk om aan te sluiten bij de leerstof in de klas. Ik zal dan ook zeer regelmatig met de leerkracht van uw kind overleggen.

Werkwoordspelling
Wat betreft de werkwoordspelling maak ik bij de begeleiding gebruik van een stappenplan om werkwoorden goed te spellen. Alle stappen moeten ingeoefend worden. Hiertoe neem de werkwoordspelling eerst stap voor stap door met de kinderen en leer ik ze om gebruik te maken van de stappen. Hierdoor wordt de structuur van de werkwoordspelling duidelijk en automatiseren de stappen geleidelijk aan.
Voor de werkwoordspelling is het belangrijk dat kinderen kunnen ontleden. Ontleden wordt in de midden- en bovenbouw van de basisschool voor het eerst aangeboden. Het gaat dan zowel om taalkundig ontleden (woordbenoemen) als om redekundig ontleden (zinsontleden). Bij woordbenoemen wordt van ieder woord bepaald tot welke woordsoort het woord hoort (lidwoord, zelfstandig naamwoord, enzovoorts). Bij zinsontleden wordt de zin in zinsdelen verdeeld (stukken van de zin die bij elkaar horen) (persoonsvorm, onderwerp, enzovoorts). Stap voor stap neem ik het ontleden door met de kinderen en wordt het ontleden ingeoefend.